Gisting ( de medewerker verdeelt groepen) 250 ml appelsap

Gisting en Destillatie van appelsap

 

 

 

 Malu Hellegers, Ruby Wiedenhoff, Dominique de Vos
 H4A + H4C

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

NLT “Een feest zonder katers”
 opdracht 4
 Data proef: 23 november & 30 november

 

 

 

Onderzoeksvraag:

Hoeveel ethanol
ontstaat er door vergisting van appelsap door middel van destillatie met
toevoeging van glucose?
Wij hebben een
practicum gedaan om onze onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden. In dit
practicum hebben we door middel van destillatie aangetoond hoeveel ethanol zich
er in appelcider bevindt na het practicum.

Hypothese
We wisten niet
hoeveel ethanol zich zou bevinden na de proef omdat we geen ervaring hebben met
dit soort proeven. We wisten vrij weinig van dit onderwerp en wisten dus ook
niet wat we konden verwachten, dat maakte de proef interessanter voor ons. We
dachten wel dat het destilleren sneller zou gaan onder hoge temperaturen omdat
de verdamping dan sneller plaats vindt.

 

Opstelling
en benodigdheden

Deel 1:

25 gram
glucose óf lactose ‘of geen toevoeging ( de medewerker verdeelt groepen)
 250 ml appelsap
 250 mg cidergist
 erlenmeyer, 500 ml
 waterslot (glaswerk)
 stoof

Deel 2:

destillatieopstelling
 de erlenmeyer met het gegiste appelsap uit de
vorige proef
 maatcilinder , 250 ml
 klemmetje
3 kleine
opvangkolfjes, erlenmeyers of bekerglazen
 balans (weegschaal)
paar kooksteentjes

 

    
Methode

Deel 1:

1. Doe 250
ml appelsap in een erlenmeyer
 2. Voeg de glucose daaraan toe
3. Mix door middel
van rond draaiende bewegingen de erlenmeyer heel rustig tot de glucose  is opgelost
 4. Zorg ervoor dat er voldoende water in het
waterslot staat.
 4. Voeg het cidergist toe en sluit daarna zo
snel mogelijk de erlenmeyer met het waterslot
 5. Plaats de hele opstelling in de stoof

 

Deel 2:

1.    Maak de destillatieopstelling.
2.    Nummer de 3 opvangkolfjes
3.    Weeg de massa van elk kolfje en noteer het
in een tabel
 4.   
Voeg heel voorzichtig en nauwkeurig 200 ml van jouw gegiste oplossing
       in een maatcilinder toe. Zorg dat er geen
drab meekomt
 5.   
Doe de 200 ml in de destillatiekolf.
6.    Voeg een paar kooksteentjes toe
 7.   
Zet de destillatiekolf in de destillatieopstelling
8.    Maak de kolf vast met het klemmetje
 9.   
Hou vanaf nu heel goed de temperatuur in de gaten. De vloeistoffen in de
         gegiste appelsap mogen niet te snel
opwarmen en gaan verdampen.
 10. 
Verwarm langzaam de destillatiekolf
11.  Vang drie fracties op in de genummerde
opvangkolfjes:
                         1ste
fractie: tussen de 78 en 88 graden Celsius
                         2de
fractie: tussen de 88 en 95 graden Celsius
                         3de
fractie: boven de 95 graden Celsius
 12. 
Weeg de kolfjes met de inhoud en noteer de massa’s
in je tabel in
je schrift
13.  Onderzoek van elke fractie wat de geur is en
of het brandbaar is
 14. 
Overleg met de medewerker welke fractie jij denk dat ethanol is/bevat en
         waarmee je verder gaat rekenen.

 

Waarneming
en resultaten

Voor de
destillatie proef hadden we eigenlijk gewoon een soort appelsap in onze
erlenmeyer. Het rook gewoon naar appelsap en zag er ook zo uit, ondanks dat er
ook glucose en cidergist bij zat. Onderin zat wel wat drab.

 Tijdens de destillatie rook je een hele sterke
geur van appelsap gemengd met een alcoholische geur, die wij herkenden als de
geur van hele vieze wijn. De erlenmeyer raakte steeds leger en er verscheen
steeds meer destillaat in het opvangkolfje. Bij een hogere temperatuur
verdampte het mengsel sneller en kregen wij meer destillaat.

 Na het proces zat er in de erlenmeyer nog
steeds wel wat van het mengsel gecombineerd met drab maar een groot deel zat in
de opvangkolfjes. In opvangkolfje 1 konden we niet zoveel opvangen omdat het
proces erg langzaam ging, opvangkolfje 2 zat een stuk voller maar ook niet
helemaal maar zeker wel het dubbele van opvangkolfje 1. Opvangkolfje 3 zat
helemaal vol en daardoor hebben we die eerder stopgezet omdat hij zo snel ging.
De geur van de opvangkolfjes werd steeds beter. Opvangkolf 1 rook het meest
naar appelsap en opvangkolf 3 rook naar witte wijn. Opvangkolf 2 rook nog
steeds naar appelsap maar de geur overheerste minder en ging ook meer de witte
wijn kant op. Hierna hebben we een lucifer in de kolfjes gedaan om de
brandbaarheid te checken. Kolf 1 brandde het meest en het langste, kolf 2 was
totaal niet brandbaar en kolf 3 brandde een beetje maar het doofde snel.

 

We hebben
ook de kolfjes gewogen voor en na het experiment.

 

Kolf 1

Kolf 2

Kolf 3

Massa

1,2 gram

1,2 gram

1,2 gram

Massa met inhoud

1,3 gram

1,6 gram

2,6 gram

 

 Conclusie en discussie

We zijn er
door middel van de opstelling en de werkwijze in geslaagd om applecider te
maken van appelsap. We hebben gemerkt dat het een lang proces is dat veel tijd
nodig heeft, zeker als de temperaturen bij het destilleren laag zijn.

 Hoeveel ethanol is er ontstaan door vergisting
van appelsap door middel van destillatie met toevoeging van glucose?
(Onderzoeksvraag)

We hebben
uiteindelijk wel de apple cider kunnen maken maar helaas hadden we er de tijd
niet voor om nog te meten hoeveel procent ethanol er in het resultaat zat. Maar
aangezien we de opdracht goed uitgevoerd hebben konden we uitgaan van 4,5%.

In onze hypothese
vertelden we ook dat we niet goed wisten wat we konden verwachten en we hadden
zeker niet verwacht dat het zo sterk zou gaan ruiken. Wat we wel al voorspelt
hadden is de snelheid van het destilleren in combinatie met de temperatuur.

 

We merkten
wel dat het omgaan met de destillatieopstelling soms wat lastig ging, niet de daadwerkelijke
proef maar alles klaarmaken en waar het appelsap in moest en hoe we de juiste
vlam kregen. Gelukkig hadden we dit snel voor elkaar en ging daarna de proef
erg goed. We zouden volgende keer wel wat meer op kunnen schrijven want we
hadden niet alles heel duidelijk opgeschreven en dat maakte het moeilijker om
het verslag te schrijven. Maar de proef ging goed en onze samenwerking ook dus
dat was erg fijn.

 

Eigen
mening

Malu:

Ik vond het
heel goed gaan, onze samenwerking ging goed en we hebben samen goed gewerkt we
hadden misschien meer aantekeningen moeten maken en die wat beter moeten
bewaren maar uiteindelijk hebben we alles gevonden en kunnen maken dus dat is
heel fijn. Ook was de proef erg leuk vooral het tweede deel.

 Ruby:

Ik vond het
een leuke opdracht, proeven leren mij vaak net iets meer omdat ik het zelf moet
doen. Het ging ook echt heel goed en ik vond het ook leuk dat we de
brandbaarheid gingen testen. Ook ging de samenwerking goed, een gezellig
groepje die ook wel kan werken

 Dominique:

Ik vond het
ook heel goed gaan, het is een leuk groepje om mee te werken en we hebben
allemaal dingen waar we goed in zijn dus die kunnen we combineren en die
combinatie ging erg goed dus dat is fijn. Ik heb ook het idee dat ik
destilleren veel beter begrijp nu ik er zelf mee gewerkt heb.

 

NLT opgave-deel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opdracht 7.
polair =  een chemische verbinding
waarin de elektronen verdeeld zijn, het centrum van de negatieve lading komt
niet samen met het centrum van de positieve ladingen.
Apolair = een chemische verbinding waarin de elektronen verdeeld zijn,
het zwaartepunt van de negatieve lading komt samen met het zwaartepunt van de
positieve lading.
Als gevolg daarvan zal een positief deeltje niet worden aangetrokken of
afgestoten door een apolaire verbinding.

Opdracht 8.                                                     

stoffen

hoe giftig

R-zinnen

S-zinnen

methanol

Giftig

R11 = licht ontvlambaar
R23/24/25 = vergiftig bij
inademing, opname door de mond en       
                                           aanraking
met de huid.
R39/23/24/25 = giftig: gevaar voor
ernstige, onherstelbare effecten 
bij inademing, aanraking met de huid en opname door de mond.

S7 = in goed gesloten
verpakking bewaren
S16 = verwijderd houden van
ontstekingsbronnen. Niet roken
S36/37 = draag geschikte
handschoenen en beschermende kleding
S45 = in geval van ongeval of
indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen en het etiket
tonen

Ethanol

In grote hoeveelheden giftig

R11 = licht ontvlambaar
 

S9 = op een goed
geventileerde plaats bewaren
S16 = verwijderd houden van
ontstekingsbronnen. Niet roken
S33 = Maatregelen treffentegen
ontladingen van statische elektriciteit.
S51 = uitsluitend op goed
geventileerde plaatsen

1-propanol

Niet giftig kan wel gevaarlijk zijn.

R11 = licht ontvlambaar
R41 = gevaar voor ernstig oogletsel
R67 = dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid voorzaken 

S2= buiten bereik van
kinderen bewaren.
S7= in goed gesloten verpakking bewaren
S16= verwijderd houden van ontstekingsbronnen. Niet roken
S24= aanraking met de huid vermijden
S26= bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water
afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.
S39= een bescherming voor de ogen/voor het gezicht dragen.

 

2- propanol

Niet giftig kan wel gevaarlijk zijn.

R11  = licht ontvlambaar
R41  = gevaar voor ernstig
oogletsel
R67 = dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken

S2 = Buiten bereik van
kinderen bewaren.
S7 = In goed gesloten verpakking
bewaren
S16 =Verwijderd houden van ontstekingsbronnen.
Niet roken
S24 = Aanraking met de huid
vermijden
S26 =Bij aanraking met de ogen
onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies
inwinnen.
S39 = Een bescherming voor de
ogen/ voor het gezicht dragen
 

Propaan

Niet-giftig

R12 = Zeer licht
ontvlambaar

S2 = Buiten bereik van
kinderen bewaren
S9 = Op een goed geventileerde
plaats bewaren
S16 = Verwijderd houden van
ontstekingsbronnen. Niet roken.

Butaan

Giftig

R12 = Zeer licht
ontvlambaar

S2 = Buiten bereik van
kinderen bewaren
S9 = Op een goed geventileerde
plaats bewaren
S16 = Verwijderd houden van
ontstekingsbronnen. Niet roken.

Ethaandiol

Niet giftig

R22= schadelijk bij opname
door mond

S2= Buiten bereik van
kinderen bewaren

1-butanol

Giftig

H226= Ontvlambare
vloeistof en damp
H302=Schadelijk bij
inslikken
H315=Veroorzaakt
huidirritatie
H318=Veroorzaakt
ernstig oogletsel
H335=Kan irritatie van
de luchtwegen veroorzaken
H336=Kan slaperigheid
of duizeligheid veroorzaken

P261= Inademing
van stof/rook/gas/nevel/damp/spuitnevel vermijden
P280= beschermende
kledij dragen
P305= bij
contact met ogen: onmiddellijk zachtjes afspoelen met water
P351=Voorzichtig
afspoelen met water gedurende een aantal minuten
P338= Contactlenzen
verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen

1-pentanol

Giftig

R10 = ontvlambaar
R20= schadelijk bij inademing
R36= irriterend voor de ogen

S16 = Verwijderd houden
van ontstekingsbronnen – Niet roken.
S24/25 = Aanraking met de ogen en de huid vermijden

Opdracht 9.
Het celmembraan bestaat uit een dubbele laag fosfolipiden, dat zijn lange
polaire moleculen die bestaan uit een hydrofiele kop en een hydrofobe staart.
De staarten steken naar elkaar toe. Het celmembraan bestaat voor 60% uit eiwit
en 40% uit fosfolipiden.
De functie van de eiwitmoleculen is dat ze voedingstoffen doorlaten. Alcohol
kan een celmembraan passeren omdat alcohol een polaire en een apolaire kant
heeft, en een celmembraan ook. Dus daarom kan alcohol een celmembraan
ontregelen.

Opdracht 15.
van km/h naar m/s moet je ;3,9
54:3,6 = 15 m/s
dus hij heeft 15 meter afgelegd voordat hij begon met remmen.

 

Opdracht 16.
reactietijd = 2s (1 x 2)
snelheid = 108 km/h (54 x 2)
108 : 3,6 = 30 m/s
2 x 30 = 60 m
60 – 15 = 45
dus de remweg wordt 45 meter langer

Opdracht 18.

1.      
Alcohol gebruik

2.      
Erfelijkheid

3.      
Fitheid

4.      
Conditie

5.      
Opletbaarheid

Opdracht 22.
Het is gevaarlijk omdat er op een 80-km geen minimum snelheid is dus er
kunnen vervoersmiddelen rijden die heel langzaam zijn en dat is gevaarlijk. Er
is ook maar een rijstrook en dat is ook gevaarlijk want de meeste ongelukken
gebeuren bij het inhalen van auto’s.

Opdracht 23.
s = vb2/2a
vb = beginsnelheid = 80 km/h
a = remvertraging = 5,0 m/s2
802/5 x 2
6400/10= 640m
de stopafstand is 640 meter.

Opdracht 24.
gemiddelde reactietijd = 1 s
gemiddelde snelheid = 85 km/h
gemiddelde remvertraging = 7 m/s2

Situatie 1:
reactietijd = 0,9 s
snelheid = 50 km/h
remvertraging = 6 m/s2

Situatie 2:
reactietijd = 3,2 s
snelheid = 60 km/h
remvertraging = 7,2 m/s2

situatie 3:
reactietijd = 3,5 s
snelheid = 120 km/h
remvertraging = 8,0 m/s2

 

Opdracht 25
Ja er is verschil. Want als een auto tegen een boom bots, bots die tegen
een stilstaand voorwerp. Maar als de auto tegen een andere auto bots die juist
precies de andere kant op rijd word de schaden heel veel groter.

Opdracht 26
van km/h naar m/s is gedeeld door
dus 50 : 3,6 = 13,89 m/s

Opdracht 27
a.  h= 0,5Ve x t (15)
    
t = Ve/g  (17)   =    
Ve=g x t (16)
     Er staat als je formule 15 en 16
combineert dat je dan
     h = 0,5g x t2 krijgt 
b.  g= 9,81 m/s2
     Ve = 50 km/h
     Ve = 50 : 3,6 = 13,89 m/s

     Ve= g x t
     13,89 = 9,81 x t
     t = 13,89 : 9,81 = 1,42 s
     h = 0,5g x t2
     h = 0,5 x 9,81 x 1,422
     h = 4,905 x 2,0164 = 9,89 m
hoog

Opdracht 28
Ek = 0,5m x v2
m = 75 kg
v = 40 km/h
Ek = 0,5 x 75 x 402
37,5 x 1600 = 60000 J

 

Opdracht 31
a.    

 Landen

 Alcoholconcentratie

Oostrijk

0,5

België

0,5

Cyprus

0,5

Kazachstan

 0

Denemarken

0,5

Estonia

0

Finland

0,5

Frankrijk

0,5

Duitsland

0,5

Griekenland

0,5

Hongarije

0

Ierland

0,8

Italië

0,5

Letland

0,5

Litouwen

0,4

Luxemburg

0,8

Malta 

0,8

Nederland

0,5

Polen

0,2

Portugal

0,5

Slovenië

0,5

Spanje

0,5

Zweden

0,2

Groot-Brittannië
Slowakije

0,8
0

 Slowakije, Hongarije, Estonia en Kazachstan zijn
het strengst want daar mag helemaal geen alcohol op hebben als je gaat rijden.
Het kan komen doordat er voorheen veel ongelukken gebeurden en dat ze dat wilde
vorkomen doordat je geen alcohol meer op mag. Er veel ongelukken zijn gebeurd
terwijl mensen alcohol op hadden.
(Ik weet niet van
al de gegevens of het beginners/ervaren bestuurders zijn. En over welke
voortuigen het allemaal gelden maar ik ga ervan uit dat het, hetzelfde is als
Nederland. Dat zijn: ervaren rijders en de voortuigen: wagens, motorfietsen,
brommers en fietsen.
B. Voor mensen die
minder dan 5 jaar hun rijbewijs hebben mogen maar met 0,2 promille (ong. 1
glas) nog rijden. Mensen die langer ervaring hebben mogen met 0,5 promille
(ong. 2 glazen) nog rijden.
Ze hebben hier de
grens getrokken want bij 4/5 glazen alcohol is de kans op een ongeluk twee keer
zo groot dan als je nuchter bent.
Als je een hoger
promille hebt dan wat je mag hebben kunnen ze je een boeten van 170 euro uit
schrijven. Je krijgt ook een rijverbod van 3 uur. 
C. Je hebt een
blaastest. Dan moet je op een soort van fluitje blazen en dan kunnen ze aan je
adem die je hebt uitblaast hoeveel alcohol je op hebt.
Je hebt ook een
urine test. Daarbij kunnen ze zien hoeveel alcohol je op hebt door middel van
je urine. Maar dat doen ze eigenlijk nooit om een bestuurde te controleren of
alcholconcentratie. Dan doen ze eigenlijk altijd een blaastest.

Opdracht 32.
A.

 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Totaalaantal doden

67.796

72.013

139.809

Alcohol gerelateerde doden

2.647

1.104

3.751

 

3,9%

1,5%

2,7%

In deze tabel zie je hoeveel procent van alle ongelukken
waar mensen aan zijn gestorven onder invloed van alcohol was. Het is 2,7
procent van doden in 2012.
(We hebben met overleg deze tabel gekozen want de site deed het niet meer die
we moesten gebruiken en we konden niet antwoord op de vraag vinden.)

Opdracht 33 (32)
A. BAG = A/m x r

5% van 300 mL bier = 15 mL alcohol
dus  2 x 15 = 30 mL alcohol 
1 mL alcohol = 0,80 gram
30 mL alcohol = 0,80 x 30 = 24 gram alcohol
A = 24 gram
M= 80kg

R= 0,70 man 0,60 vrouw
BAG = 24/(80 x 0,70) = 0,43%  voor de
mannen
BAG = 24/(80 x 0,60) = 0,5 % voor de vrouwen

B.  Het
maakt niet uit of het een man of een vrouw is. Maar het maakt wel uit of het
een ervaren bestuurder is of niet. Want anders liggen ze ver over de grens van
0,2 %.  Als ze een ervaren rijder is mag
het nog net want dan licht de grens op 0,5%.

C.  5% van
333 mL bier = 16,65 mL alcohol
Dus 2 x 16,65 = 33,3 mL alcohol
33,3 mL olcohol = 0,80 x 33.3 = 26,64 gram alcohol
A = 26,64 gram

BAG = 26,64/(80 x 0,70) = 0,48% voor de mannen
BAG =  26,64/(80 x 0,60) = 0,56% voor de
vrouwen
Dus voor de mannen kan mag het nog net en de vrouwen zitten over de grens van
0,5%.

 

Opdracht
34. 3
A. Ron heeft gelijk,
er zit 20% alcohol in het drankje. Het maakt niet uit hoe veel je neemt 20%
daarvan is alcohol.
B. Ron: 0,02l, 20% alcohol
 BAG= 0,2
 Gewicht = 60 kg
 Standaard glas = 0,7
 A = 0,2 x 60 x 0,70 = 8,4g alcohol
 8,4: 0,80 = 10,5 ml alcohol
 10,5 x 5 = 52,5 ml
 Feigling = 0,0525 l
 0,0525: 0,02 = 2,6 flesjes  

Mike: 0,02L, 0,4% alcohol
 BAG= 0,2
 Gewicht = 60
 Standaard glas = 0,70
 0,2 x 60 x 0,70 = 8,4g alcohol
 8,4: 0,80 = 10,5 ml alcohol
 10,5: 4 x 10 = 26,25 x 100 = 2625 ml Feigling =
2,625 L
 2,625: 0,02 = 131,3 flesjes

Opdracht 35
A.  vrouw, 70 kg, 2uur

Aantal
mixdrankjes

1

2

3

4

5

Promillage

0,07

0,36

0.64

0,93

1,21

 Man, 100 kg,  2 uur.  

Aantal glaasjes wijn

1

2

3

4

5

6

Promillage

0

0

0,11

0,24

0,38

0,52

Je ziet dat bij een glaasje sterke drank voor een
vrouw er al 0,07 promillage in je bloed zit. En Als een man van 100 kg 2
glaasjes wijn drinkt is het promillage nog steeds nul. Dit licht natuurlijk ook
aan wat voor drinken ze drinken. Want in een glaasje mixdrankje zit veel peer
alcohol in dan in een glaasje wijn. En een man van 100kg kan ook meer alcohol
binnenkrijgen om het zelfde promillage te behalen als een vrouw van 70 kg.