De de Belgische gewesten, verdeeld als lenen tussen de

                Deontwikkeling van het recht in EuropaOpdracht 2          Nele Hendrikx 1232651Opdracht 2Aantal woorden deel 1:Aantal woorden deel 2:Opdracht 2 – Ius commune Onderdeel 1: Het rechtssysteem in context 1.1.        GeldingsgebiedBrugge behoorde in de 15eeeuw tot het Graafschap Vlaanderen, wat behoorde tot het Bourgondische rijk alsonderdeel van de Nederlanden. In het Graafschap Vlaanderen zaten ook de stedenGent en Ieper.1Brabant-Limburg, Henegouwen, Holland,Zeeland, Namen, Luxemburg en Gelre behoorde allemaal tot dezelfde vorst.2 1.

2.        Socialeen economische context Brugge zat in deze periode in eenBourgondische tijd. Het was het belangrijkste internationale handelscentrum tennoorden van de Alpen. Er werden voornamelijk luxegoederen geproduceerd, maarook werden er diensten in het bankwezen en in de kunstambachten geleverd.Plaatselijk was er een goede koopkracht.

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

De welvaart steeg enorm in dezeperiode, en ook werd Brugge bezocht door vele reizigers waaronder buitenlandsekooplieden. Kunst en cultuur kende in deze periode ook een bloei. Brugge bleefeen belangrijk invoer- en uitvoercentrum voor Vlaanderen, waarin vooral Italiaanseen Catalaanse kooplui een belangrijke rol in speelden. Daarbij werd er in dezeperiode ook nog een kantoor voor Engelse handelaars opgericht.3Er waren grote inkomensverschillentussen de volksklasse en de kooplieden.

Dit zorgt voor verschillende opstandentussen 1436 en 1438 maar deze worden telkens onderdrukt. 4  De maatschappij bestond uit standen,namelijk de adel, geestelijkheid en steden. 5 1.3.        BestuurVanaf de 13e eeuw kwam eenbestuurlijke organisatie in de plaats van de feodale instellingen, die nog maareen hele kleine rol speelden.6 Vroeger werden de vorstendommenen landsheerlijkheden, die men nu kan vergelijken met de Belgische gewesten,verdeeld als lenen tussen de Franse koning en Duitse keizer. De Boergondischehertogen slaagde er in de 15e eeuw in om de verschillendelandsheerlijkheden onder hun gezag te brengen.

In het begin was dit dus eenlosse personele unie, waarin al deze verschillende landsheerlijkheden verbondenwerden door een vorst. En ook Brugge stond dus onder zo een gezag, namelijk hetgezag van Karel De Stoute. Hij was in Vlaanderen graaf en in Brabant hertog.Het graafschap Vlaanderen was wel nog steeds een leen van de Franse koning.Karel De Stoute maakte een echte unievan deze losse personele unie. In 1473 richtte hij twee instellingen op diegemeenschappelijk waren voor al deze landsheerlijkheden, namelijk eenrekenkamer en een opperste gerechtshof in Mechelen. Samen met zijn curia bestuurde hij het land. Eerstzaten hier enkel leenmannen in, later ook gewone raadgevers.

7In 1464 werd er ook een Staten-Generaalopgericht voor de hele bourgondische Nederlanden. Dit was een vergadering vande verschillende standen.8 1.4.        RechtsbronnenDe Koning en de landsheren kondenwetten uitvaardigen, dit werden ordonnantiën motu proprio genoemd.

Ook was er na 1384 een beperkt rechtvoor de schepenen in Brugge om zelf verordeningen te maken.9 Toch was de wet een beperkt iets indeze tijd, het was vooral de gewoonte die de belangrijkste rechtsbron bleef.Dit vooral op het gebied van burgerlijk recht. Maar dit zorgde voor verbrokkeling.In het Graafschap Vlaanderen waren er dan ook minstens 150 verschillendegewoonten. 10 Het canonieke recht was vooral vanbelang in de 12e en 13e eeuw toen het werd opgetekend.

Maar ingevolge de afzwakking van de katholieke kerk nam begon zijn invloed vanafde 14e eeuw af te nemen.11 De belangrijkste bronnendie het in 1475 kende waren het DecretumGratiani, de Liber Extra, de Liber Sextus en het Clementinae.12 In de 15e eeuw was er eenreceptiegolf van het Romeins recht. De oorzaak hiervan was dat men de corpus iuris civiles terug gingbestuderen. Wanneer plaatselijke wetgeving of gewoonten het probleem nietkonden oplossen diende het tot aanvullend recht in de meeste landen van Europa.Men noemde dit ook wel het geleerd recht of iuscommune.131.

5.        Rechtswetenschap Het Romeinse recht wordt in dezeperiode herontdekt. De commentatoren gaan in de 14e en 15eeeuw dit recht bestuderen.14 Baldus de Ubaldis was eenbelangrijke commentator op het corpusiuris civilis. 15Door deze studie ontstond een geleerdrecht. Langzamerhand is dit recht binnengedrongen in het gewoonterecht van verschillendeEuropese landen.

16 Vanaf de 15e eeuw werden eral enkele costumen opgetekend, dit waren meestal private werken. Daarom kon mendit nog niet beschrijven als de officiële optekening van het gewoonterecht. Hetwas meestal een bevel van de landsheer of met tussenkomst van de plaatselijkeoverheid dat dit gebeurde. Voorbeelden hiervan zijn het Brugs vrije boekje uit 1461 en Hetberijmd erfrecht.

17 Er waren in deze tijd zogenaamde Turbiers.Deze moesten onderzoek doen naar het bewijs van een gewoonteregel. Dit doorondervraging van de turba, een grootaantal personen.

Deze beslissingen werden wel neergeschreven maar ook dit wasgeen officiële optekening.18 1.6.

        Ontwikkelingenin het recht Er zijn geen vernieuwenderechtsontwikkelingen in het jaar 1475 na Christus.  1.7.        RechtenonderwijsDe eerste universiteit in deNederlanden werd in 1425 in Leuvengesticht door de hertogen van Brabant.19 De Italiaansecommentatorenmethoden, of mos italicuswerd hier toegepast. De universiteit stond onder gezag van de kerkelijkeoverheden.

20De rechtenschool in Leuven was deeerste in de Nederlanden. Jan van Groesbeek en Jan van Gronsvelt zijnbijvoorbeeld professoren die hier doceerden, ze kwamen uit de landen van ‘sherwaarts over. Ze maakten gebruik van de Bartolistische methode.

21 Het onderricht ging enkel over hetromeinse en het canonieke recht. 22 Onderdeel 2: oplossing van de casus Brugge, 1475 n.C. De jaloerse Pieterslaat Cornelis met zijn zwaard. Cornelis loopt letselschade op in zijn gezicht.Zijn dure cape wordt verwoest en treft zaakschade. Ook vermoord PieterCatharina.

Dit alles zorgt ervoor dat het huwelijk tussen Cornelis en Catharinemoet afgelast worden wat zuivere vermogensschade met zich meebrengt. Naar welkerechter kunnen zij zich wenden om het geschil op te lossen en welkeschadevergoeding zullen zij hiervoor krijgen?  Ze konden zich wenden tot dekerkelijke rechtbanken. In eerste aanleg was naar de bisschoppelijke officialen,in tweede aanleg de aartsbisschop en eventueel in cassatie bij de Paus of zijn rota. De kerken maakte gebruik vaninquisitoire procedure.

Dit wil zeggen het ambtshalve onderzoeken, vervolgen enberechten.23De kerk kenden wel boeten tot veelvoud van schade maar in het Decretium Gratiumhebben zij enkele teksten opgenomen die ervoor zorgde dat vergeldinglosgekoppeld werd van vergoeding. De boeten tot veelvoud van schade waren nu deuitzondering.2425 De kerk vond dat eenprivaatrechtelijke actie niet gericht op een boete kon zijn. Ingevolge hunadagium omnia publica criminia publicaesse zeiden ze dat misdrijven enkel tot het publieke recht behoorde.26 Uiteindelijk werd ditzodanig uitgebreid dat men naast een actiocriminalis ingesteld door de overheid ook een actio civiles ingesteld door de gelaedeerde mogelijk is.27 De kerk paste primair het canoniekerecht toe, om lacunes aan te vullen greep ze subsidiair terug naar het Romeinsrecht.

Wanneer zij Romeins recht gingen toepassen maakte ze gebruik van de aequitas Canonica om zo de uitspraak vanRomeinen te verzachten en billijker te maken.28 Anderzijds waren er de wereldlijkerechtbanken. In eerste aanleg konden ze naar de Schepenrechtbank te Bruggegaan, deze paste lokaal gewoonterecht toe.29 Als we kijken naar het lokaalgewoonterecht van Hugo De Groot hadden erfgenamen van slachtoffers van doodslagrecht op vergoeding voor dokterskosten, de gederfde inkomsten en de kostenveroorzaakt door het delict.30 De familie Spierinc zullen ingevolgedit lokaal gewoonterecht recht hebben op een vergoeding voor debegrafeniskosten van Catharina en ook van haar gederfde inkomsten indien zijverlies in hun onderhoud lijden. Maar De Groot sprak zich ook uit overslachtoffers van verwonding Het slachtoffer had namelijk recht op vergoedingvan de medische kosten, gederfde inkomsten en ‘smert’ en ontsiering van hetlichaam.

31  Cornelis zijn medische kosten zullendus gedekt worden, alsook zijn gederfde inkomsten en de ‘smert’ en ontsieringvan zijn lichaam.Was men het niet eens met de uitspraakkon men naar de raad van Vlaanderen gaan en in cassatie naar het Parlement vanMechelen. Deze pasten primair gewoonterecht toe en subsidiair geleerd Romeinsrecht toe. Het Romeins recht had in deze tijd het toepassingsgebied van de damnum iniuria datum zodanig uitgebreiddat het nu ook van toepassing was bij dood of verwonding van vrije personen.Ook werd er naast de dolus, culpa ingevoerd.Dit zorgde dat een nalatigheid of een onzorgvuldigheid al voldoende was. Ook ishet begrip schade aanzienlijk uitgebreid, naast letselschade en zaakschade werder nu ook rekening gehouden met loutere vermogensschade en ook morele schade.32 Volgens het Romeins rechtwerden bij doodslag enkel de kosten veroorzaakt door de misdaad vergoed, integenstelling tot het lokaal gewoonterecht werden de begrafeniskosten en degederfde inkomsten niet vergoed.

33 Bij verwoning voorzagenzij  in een vergoeding voor het slachtoffervan zijn medische kosten, maar in tegenstelling tot  het lokaal recht werden de gederfde inkomsten34, smert en ontsiering vanhet lichaam niet vergoed.35 Wanneer Cornelis dus in beroep zougaan en deze rechtbank bij een lacune Romeins recht gaan gebruiken kan de schadeaan de schoudercape ook worden vergoed, aangezien zij voorzien in zaakschade.Ook zal dan de loutere vermogensschade door de annulering van defeestelijkheden kunnen vergoed worden.  In casu zalmen bij de wereldlijke rechtbanken meer schadevergoeding krijgen. Omdat deschepenrechtbanken lokaal gewoonterecht gaan toepassen en men dan in beroep kangaan bij rechtbanken waar men bij lacunes Romeins recht toepast.

 De kerkelijke rechtbankengebruiken zoals hierboven vermeld kerkelijk recht en om hun lacunes aan tevullen Romeins recht, en dit dan nog verzacht door de aequitas canonica. Dit is hoe dan ook nog steeds minder als wat menvia het lokaal gewoonterecht zou krijgen.             Literatuurlijst Internetbronnen:-      StadBrugge, Brugge wereld erfgoed stad, www.brugge.be/brochure-werelderfgoedstad-unesco-brugge-nl,64.-      VANDER MEER, T.

(2018, 11 Januari). De ontwikkeling van het recht in Europa,Week 2: De receptie van het Romeins rechtPowerpoint. Geraadpleegd van:https://bb.uhasselt.be/webapps/blackboard/content/listContent.jsp?course_id=_1368_1=_59408_1.-      X,Badplaats: historie, https://zeebrugge.net/nl/historie.

php.  Rechtsleer:-      A. GOMEZ, VariaeResolutiones, 3,3,37.-       DecretumGratiani, C. 12; q.2, c.

11,§1.-       DecretumGratiani, C, 14, q.6, c.1-      BERKVENS, L., Ius proprium en ius commune, blokboek, 55-62-      FEENSTRA R., Vergelding en vergoeding, Amsterdam, Kluwer, 2002, 91 p.-      GILISSEN, J.

, Historische inleiding tot het recht: deel 1, Antwerpen, Kluwer,1991, 349 p. –      GILISSEN, J., Historische inleiding tot het recht: deel 2, Antwerpen, Kluwer,1989, 269 p. –      H. DE GROOT, Inleidingene tot de Hollandscherechtsgeleerdheid, 3,34,1-2 (in het deel van misdaed tegen ‘t lichaam.-      H.

DE GROOT, Inliedingen tot de Hollandscherechtsgeleerdheid, 3,33,1-3 (in het deel van misdaed tegen ‘t leven).-      LESAFFER, R., Inleiding tot de Europese Rechtsgeschiedenis, Leuven, LeuvenUniversity Press, 2008, 481 p.          1 J. GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 2, Antwerpen, Kluwer,1989, 17.2 R. LESAFFER, Inleiding tot de Europese Rechtsgeschiedenis, Leuven, LeuvenUniversity Press, 2008, 192.

3 X, Badplaats: historie,https://zeebrugge.net/nl/historie.php.4 Stad Brugge, Brugge wereld erfgoed stad,www.brugge.be/brochure-werelderfgoedstad-unesco-brugge-nl, 65 J.

GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 1, Antwerpen, Kluwer,1991, 180.6J. GILISSEN., Historischeinleiding tot het recht: deel 1, Antwerpen, Kluwer, 1991, 179.

7 J. GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 1, Antwerpen, Kluwer,1991, 180.8 R.

LESAFFER, Inleiding tot de Europese Rechtsgeschiedenis, Leuven, LeuvenUniversity Press, 2008, 212.9 J. GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 2, Antwerpen, Kluwer,1989, 81.10 J. GILISSEN.

, Historische inleiding tot het recht: deel 2, Antwerpen, Kluwer,1989, 31-33. 11 J. GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 1, Antwerpen, Kluwer,1991, 180.12 VAN DER MEER, T.

(2018, 11 Januari). Deontwikkeling van het recht in Europa, Week 2: De receptie van het Romeins rechtPowerpoint. Geraadpleegd van:https://bb.

uhasselt.be/webapps/blackboard/content/listContent.jsp?course_id=_1368_1=_59408_1.

13 J. GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 1, Antwerpen, Kluwer,1991, 180.14 L. BERKVENS, Ius prorprium en ius commune, Blokboek,55. 15 R. LESAFFER, Inleiding tot de Europese Rechtsgeschiedenis, Leuven, Leuven UniversityPress, 2008, 23416 J.

GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 1, Antwerpen, Kluwer,1991, 232-233.17 J. GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 2, Antwerpen, Kluwer,1989, 46-50.18 J. GILISSEN.

, Historische inleiding tot het recht: deel 2, Antwerpen, Kluwer,1989, 39.19 R. LESAFFER, Inleidingtot de Europese Rechtsgeschiedenis, Leuven, Leuven University Press, 2008,227.20 J. GILISSEN., Historischeinleiding tot het recht: deel 2, Antwerpen, Kluwer, 1989, 110.21J. GILISSEN.

, Historischeinleiding tot het recht: deel 1, Antwerpen, Kluwer, 1991, 244.22 J. GILISSEN., Historischeinleiding tot het recht: deel 2, Antwerpen, Kluwer, 1989, 111.23. GILISSEN., Historische inleiding tot het recht: deel 1,Antwerpen, Kluwer, 1991, 264.

.24Decretum Gratiani, C, 14, q.6, c.125Decretium Gratiani, C, 12, q.2, c.11, §1. 26R. FEENSTRA, Vergelding en vergoeding, Amsterdam,Kluwers, 2002, 15-16.

27 A. GOMEZ, Variae Resolutiones, 3,3,37.28 R. FEENSTRA, Vergelding en vergoeding, Amsterdam,Kluwers, 2002, 15.29 L. BERKVENS, Ius proprium en ius commune, Blokboek,55.

30 H. DE GROOT, Inleidingenetot de Hollandsche rechtsgeleerdheid, 3,34,1-2 (in het deel van misdaedtegen ‘t lichaam) 31H. DE GROOT, Inliedingen tot de Hollandscherechtsgeleerdheid, 3,33,1-3 (in het deel van misdaed tegen ‘t leven).32 L.

BERKVENS, Ius proprium en ius commune, Blokboek,55-56.33L. BERKVENS, Ius proprium en ius commune,Blokboek, 55-56.34 R. FEENSTRA, Vergelding en vergoeding, Amsterdam, Kluwer, 2002, 21. 35 R.

FEENSTRA, Vergelding en vergoeding, Amsterdam, Kluwer, 2002, 24-25.